begin pagina prinsenpaar sponsors praalwagens fotos krantenknipsels links fun

 

website beheer Jos de Geest

Carnaval en Masker

Wanneer men in ‘carnavalloze’ oorden over carnaval praat, dan zijn daar velen van mening dat het een gemaskerd feest is. Nu is dat in feite meestal niet zo en het is al helemaal niet zo, dat men zich met een masker meer kan permitteren. Het tegendeel is veeleer waar. Tegenover een onbekende staat men zeer achterdochtig en een maskerde krijgt geen kans tot onbetamelijkheden. Toch is het zinloos om nog over carnaval en masker te gaan schrijven, zoals uit het navolgende wel zal blijken. Ik zal in deze beschrijving niet ingaan op typen van maskers, of gemaskerde typen, maar alleen op de functie van de maskarde. Deze functie nu blijkt in de loop der tijden voortdurend te zijn veranderd.

De historische functies van de maskerades
Om te beginnen met het begin: wat betekent het woord masker eigenlijk? De etymologen zijn het daar niet volledig over eens. Men beweert wel dat het woord masker komt van het Arabische woord ‘maskara’, dat nar of grappenmaker betekent, maar zowel op Germaans als op Romaans gebied is zeer waarschijnlijk met dit woord een oorspronkelijk Germaans woord samengevallen, namelijk maskô(n), dat blijkens de analyse heks of demonisch wezen zou moeten betekenen. Ondanks het grote verschil tussen beide is er een fundamentele overeenkomst: beide wijken namelijk af van het normale. Maar zelfs deze zo contrasterende afwijkingen blijken volgens de Gestaltpsychologie terug te brengen tot een bepaald detailverschil, wat het geheel een totaal ander aanzien geeft. De volgende tekeningetjes geven globaal het narren- en het demonengezicht.


Volkomen identiek, behalve ‘mondboog’

Bij de verdere analyse zullen we voorlopig uitgaan van demonische wezen en wel omdat de functie van het masker in de oudste tijd voornamelijk bestaan zou hebben in het afschrikken van demonen, in feite de zielen van de overledenen uit de eigen omgeving, die nog niet verlost waren en die volgens primitieve opvattingen hun vagevuur hadden in
de onmiddellijke nabijheid van hun vroegere woonplaats, in jonge wilgenknoppen, grassprieten enz.
Nu is de Carnaval van oorsprong, een nieuwjaarsfeest. Logisch gesproken begint het nieuwe jaar natuurlijk met de lente. De Carnaval is het feest van de overwinning van de zomer op de winter, van het leven op de dood. De Carnaval is als oudejaarsfeest een dodenfeest. De Zielen der gestorvenen vierden dat mee, maar men was bang voor hen en men maskeerde zich. Anderzijds poogde men welwillend tegenover hen te zijn, omdat de zielen de rijkdommen van de andere wereld weer aan de aarde zouden teruggeven, een vruchtbaarheidritueel dus. Door de maskerade maakte men zichzelf tor representant van het hiernamaals, men was niet meer van de echt overledenen te onderscheiden.

Varagnac spreekt daarom van pseudo-overledenen. Degenen die zich maskeerden, of beter die zich moesten maskeren, waren de jongeren = de ongehuwden van huwbare leeftijd, door de volkskundigen wel de nog niet geinitieerden genoemd. De Carnaval is daarom ook een initiatiefeest, men wordt ‘sociaal’ geboren. Alvorens sociaal geboren te kunnen worden moest men echter eerst sterven. De initiant moest dan ook een sterven simuleren. Aan de uiteindelijke initiatie ging dit gemaskerde samenzijn met de overledenen vooraf; het sluitstuk van het initiatie-ritueel tenslotte was een collectief huwelijk van de jongerengroep: het huwelijk is namelijk een symbolisch bloedig sterven, en tegelijk een wedergeboorte. De dubbelfunctie van het masker blijkt hieruit duidelijk, Het is enerzijds een blijk van identificatie, nodig geacht om vruchtbaarheidsredenen en
drukt anderzijds een innerlijke angst uit. Ik zal het bovenstaande nog eens toelichten, uitgaande van de historische functies van het lentefeest. Ter herinnering: Het‘nieuwjaarsfeest’ is het feest van het mystieke huwelijk van vader zon en moeder aarde, beide goden. Het ging gepaard met allerlei zuiveringsriten, want de gestorven God nam alle zonden mee. In de oudste tijden moest de koning op het eind van het jaar dan ook steeds geofferd worden voor de redding van zijn volk.

In Babylon b.v. werd in de vroegste tijden Marduk, de god der vegetatie, in een representant genaamd Zoganes, symbolisch ter dood gebracht (Zoganes heeft gedurende drie dagen diens waardigheid, die van God-Koning dus, overgenomen), zodat Marduk na deze drie dagen weer kon herrijzen, Later werd de plaats van Marduk ingenomen door een dier, waarbij de offeraar een dierenhuid (februum) droeg, waardoor symbolisch de identiteit van offerdier en offeraar werd aangeduid. Ook hier is de functie van het masker dus duidelijk.
Alvorens over te gaan tot de moderne functie nog een enkel woord over het Nederland veel gebruikte woordmombakkes.
Bij mom denkt men aan vermomming; men wijst echter ook op het woord muna, dat in het Middeleeuws Latijn spook betekend zou hebben of angstaanjagende figuur. Bakkes schijnt zowel kin als gezicht te kunnen betekenen.

De moderne functie van de maskerade
De functies van de maskerade schijnen tot twee hoofdtypen terug te brengen te zijn en wel: bewerkstelligen van anonimiteit en kortstondig diegene zijn, die men wenst te zijn. Deze twee functies sluiten precies bij elkaar aan. Zolang men immers geen ander is voor anderen, kan men maar heel moeilijk een ander zijn voor zichzelf. Het is voornamelijk door de ander dat ik steeds weer dezelfde (ik) ben; het is de ander die mijn volledige vrije zienswijze blokkeert. Door het afleggen van het maatschappelijk gezicht en door de ontpersoonlijking die daarvan het gevolg is, herkrijg ik mijn gezicht en word ik weer
persoon voor mezelf. Men zegt vaak dat de Carnavalesk ernaar streeft zichzelf te zijn door nu eens niet zichzelf te zijn. Hoe moet men deze paradoxale poging verstaan? Als volgt: het laatstgenoemde ‘zichzelf’ is, bij nader toezien, veeleer een zelf anticiperend op verwachtingen van de ander ten opzichte van mij, met voorbijgaan aan de eigen wensen.
Door het jaar laat men dan ook zelden zijn eigen gezicht zien aan anderen en zelfs niet aan zichzelf. Velen volstaan ermee, te zijn, zoals anderen wensen dat te zijn; de spiegel functioneert voor hen als het oog der anderen. De Carnavalesk gebruikt de spiegel alleen ter zelfkastijding. Ook dan kijkt hij zichzelf aan met de ogen der anderen in de nietcarnavalsdagen,één enkel ogenblijk ziet hij dan de burger in idiote kledij, om daarna in een schaterlach uit te barsten.

Velen laten dus zelden hun gezicht zien, reden waarom Peer van de Muggenheuvel van Oeteldonk in zijn ‘Proklematie” uitriep: ‘De kèlas die ut hil jaor een masker veur hemme, worren vrindelijk verzocht ut mit deus daog in Oeteldonk af te zetten’. Door een masker op te zetten laat men zijn gezicht zien. Ernst Vrolijk (in het Nederlands vertaalde pseudoniem van Eva Stünke) schrijft in zijn (haar) boekje over de Keulse Carnaval: ‘Zich maskeren betekent in Keulen: geen masker opzetten. Geen ‘als’, geen zich verbergen onder een valse bedrieglijke huid.’ Toch is het masker altijd een belangrijke steun bij de psychische metamorfose die men als Carnavalesk moet ondergaan. Door maskerade en verkleding is men een ander voor anderen en de wijn, zo zegt een Duits auteur, ‘bindt het verstand een masker voor’ en schakelt een te grote nuchterheid uit.

Ik wil tot slot nog op enkele sociologische en sociaal-psychologische aspecten van de maskerade wijzen.
Allereerst: de maskerade geeft een soort alibi, in die zin dat de gemaskerde zich gedragingen kan permitteren, die de niet-gemaskerde niet zijn toegestaan. Toch zal hij altijd wanneer hij de perken niet te buiten gaat, de steun van de gemeenschap
hebben, welke bijvoorbeeld nimmer toestaat dat men hem het masker afneemt. Vooral bij het zogenaamde intrigeren of de waarheid zeggen wordt het masker een interessant hulpmiddel. Het masker slecht verder sociale barrières, maakt het
standsbesef krachteloos (zegt Menno ter Braak), doet persoonlijke schuchterheid overwinnen en roeit het sociale onkruid der ‘muurbloemen’ uit. Zo zouden nog alinea’s gevuld kunnen worden; ik geloof echter dat het meest wezenlijke is gezegd, of
is opgenomen in dit citaat van Anton van Duinkerken;’…… Het masker is het symbool van een vervreemding, het is een afscheidsteken. Het ontkent de soevereiniteit van wat het verbergt, om niets te gedogen dan de straling der ziel, die door onthulde ogen licht. Het masker verschuilt het individuele, het verheft de mens boven zijn leeftijd, zijn geboorte, zijn verleden en zijn eigen zelf. Het rekent af in naam van de menselijkheid met iedere mens. De man achter het masker gaf zijn volledigheid prijs, hij bekent zichzelf niet te volstaan. Hij wordt een deel. Door de omhulling van zijn gelaat manifesteert hij verloren te willen lopen onder allen. Hij zoekt gelijk de anderen te willen zijn. De man achter het masker is gemeenschapsmens, maar hij behoudt zijn ziel. De opslag er ogen, die van menselijkheid het diepst persoonlijke openbaren, blijft onverborgen.’

Carnaval Ontmaskerd?
Drs. Theo Fransen